Over boosheid, grenzen en de levensenergie die vrijkomt als we haar niet langer tegenhouden.
Je kent het vast. Je slikt iets in omdat je geen gedoe wilt. Je zegt dat het wel meevalt, terwijl het je behoorlijk dwarszit. Je lacht vriendelijk, houdt de sfeer goed en bedenkt pas drie uur later wat je eigenlijk had willen zeggen.
Of het gaat precies andersom. Je reageert veel feller dan je van plan was. De ander krijgt de volle laag en jij zit achteraf met de brokken. Waarom moest dat nou zo?
Boosheid is een merkwaardig goedje. We weten er vaak niet goed raad mee. We slikken haar in, verpakken haar in keurige redelijkheid of laten haar eruit op een manier waar niemand vrolijk van wordt. En ondertussen missen we misschien wel iets belangrijks.
Want wat als boosheid niet alleen lastig is, maar ook een ingang vormt naar een kracht die we onderweg zijn kwijtgeraakt?
Te boos om boos te zijn
Ik herinner me een moment uit mijn eerste spirituele opleiding. Het was zondagochtend. Ik had me verheugd op een rustige ochtend, maar de leraar begon een verhaal te vertellen over boosheid dat ik volkomen onzinnig vond. Ik ergerde me groen en geel.
Op een gegeven moment zei hij tegen mij: ‘Misschien ben je gewoon te boos om boos te zijn.’
Dat kwam binnen.
Ik had geleerd mijn boosheid liever niet te laten zien. Als kind wilde ik mijn moeder niet kwijtraken en ergens leefde de overtuiging: als ik mijn boosheid laat zien, verlies ik de liefde van mijn moeder. Dus werd ik handig in aanpassen, inslikken en rekening houden met anderen.
Dat werkte. Tot op zekere hoogte.
Want weggestopte boosheid verdwijnt niet zomaar. Ze kan zich vermommen als irritatie, als eindeloos gepieker, als kritiek op jezelf of op anderen. Soms merk je pas hoe boos je bent wanneer iemand anders het zich wél veroorlooft om boos te worden.
Dat laatste ontdekte ik toen mijn eigen kinderen boos waren. Hun boosheid riep die van mij op. Juist op momenten waarop ik graag ruimhartig en begripvol had willen reageren, zat mijn eigen oude reactie ertussen.
Zo werkt het vaak: we willen het goed doen, maar worden ondertussen bestuurd door iets wat we liever niet voelen.
De energie die vastzit in boosheid
Boosheid heeft energie. Soms heel veel energie. Maar wat gebeurt daarmee als je haar jarenlang inslikt, jezelf voortdurend corrigeert of steeds opnieuw in dezelfde strijd belandt?
Dan kan die energie als het ware vast komen te zitten. Ze uit zich in aangespannen spieren, een ingehouden adem, eindeloos gepieker, een voortdurende neiging om jezelf te verdedigen of een bijna tomeloze werklust. Er is van alles gaande, maar je voelt je niet bepaald levendiger.
Wat gebeurt er als je die energie niet langer wegduwt, maar haar werkelijk toelaat?
Dat vraagt iets anders dan je boosheid eruit gooien. Je blijft bij wat je voelt. Je merkt de hitte op, de spanning, de drang om in beweging te komen. Je hoeft er niet meteen iets mee te doen en je hoeft jezelf er ook niet voor terecht te wijzen.
Langzaam kan er iets veranderen. De energie die eerst vastzat in verzet, beheersing of frustratie kan vrijkomen. Niet doordat je haar wegwerkt, maar doordat je haar niet langer hoeft tegen te houden of erdoor meegesleept wordt.
Boosheid kan dan transformeren in stromende vitaliteit en levensenergie.
Je voelt meer ruimte in je lijf, meer helderheid in je hoofd en meer zin om in beweging te komen. De kracht die eerst opgesloten zat in je strijd, wordt beschikbaar voor het leven zelf. Om grenzen te stellen, ja te zeggen tegen wat je werkelijk wilt, iets nieuws aan te gaan of eindelijk die stap te zetten die je al zo lang uitstelt.
Dat is de verrassende kant van boosheid: onder de spanning en de strijd kan een enorme levendigheid verborgen liggen.
Van boosheid naar innerlijke kracht
Die vrijgekomen energie hoeft niet te leiden tot een uitbarsting of een gevecht. Ze kan juist de grond worden onder een rustige, heldere kracht. Je hoeft jezelf niet langer klein te maken om de vrede te bewaren. Je hoeft ook niet over een ander heen te walsen om serieus genomen te worden.
Je kunt leren staan voor wat wezenlijk is, met meer vitaliteit, onderscheidingsvermogen en vrijheid.
Dat betekent niet dat iedere boosheid gerechtvaardigd is of dat je haar altijd moet volgen. Boosheid kan je iets belangrijks laten zien, maar is niet automatisch een betrouwbare gids. Het vraagt onderzoek om te ontdekken wat er werkelijk in je speelt.
Misschien merk je dat je een grens moet stellen. Misschien ontdek je dat er verdriet onder je boosheid zit. Of je ziet hoe vaak je jezelf aanpast om aardig gevonden te worden. En misschien voel je, voorbij de boosheid zelf, iets wat je lang niet zo krachtig hebt ervaren: de energie van het leven die weer door je heen kan stromen.
Wanneer je boosheid niet langer alleen als een probleem beschouwt dat opgelost moet worden, ontstaat er ruimte voor een andere verhouding tot jezelf. Je hoeft niet alles in te slikken en je hoeft niet overal op te reageren. Je kunt voelen wat er in je leeft en van daaruit kiezen hoe je wilt handelen.
Dat is innerlijke kracht: niet dat je nooit meer boos wordt, maar dat je steeds meer aanwezig kunt blijven bij wat je voelt, zonder jezelf kwijt te raken.
De volgende keer dat je boos wordt, hoef je dus niet meteen aan de slag met jezelf. Je kunt ook eens een tel langer blijven bij wat je voelt. Niet om jezelf in te houden, maar om werkelijk te ontdekken wat er gebeurt.
Wie weet vind je daar niet alleen pijn, frustratie of een grens die overschreden is, maar ook een bron van vitaliteit die weer in beweging wil komen.
En dat is misschien een stuk interessanter dan nóg een keer tegen jezelf zeggen dat je je niet zo moet aanstellen.
Zelf onderzoeken: wat doe jij met boosheid?
Deze oefening kun je met z’n tweeën doen. Je hebt alleen wat tijd en bereidheid nodig om eerlijk te kijken.
1. Wat levert het je op om je boosheid te onderdrukken of juist te uiten?
Eén persoon stelt de vraag en luistert tien minuten. De ander antwoordt zo vrij mogelijk. Denk niet alleen aan de nadelen, maar onderzoek ook wat je ermee probeert te bereiken of te voorkomen.
De luisteraar herhaalt na ieder antwoord dezelfde vraag. Geen commentaar, geen advies, geen analyse. Alleen luisteren en de vraag opnieuw stellen. Wissel daarna van rol.
2. Vertel me een manier waarop je boosheid ervaart.
Neem ieder tien minuten. Beschrijf concrete situaties en merk ook op wat er in je lichaam gebeurt. Word je warm, trek je je terug, span je je kaken aan, ga je harder praten? Blijf dicht bij je eigen ervaring.
Ook hier herhaalt de luisteraar steeds dezelfde vraag en zegt na ieder antwoord: ‘Dank je wel.’
3. Hoe is het nu? Wat merk je op in je lichaam?
Neem ieder vijftien minuten. De luisteraar blijft dezelfde vraag herhalen, ook wanneer het antwoord stilvalt. Geef jezelf de tijd om te voelen en te ontdekken wat er nog meer te merken valt.
Bespreek na afloop kort wat je hebt ontdekt. Niet om tot een conclusie te komen of elkaar te verbeteren, maar om te delen wat je over jezelf hebt gezien.
Soms begint innerlijke kracht heel eenvoudig: niet meteen iets doen met wat je voelt, maar er eerst eens werkelijk bij blijven.
Met liefde en licht,
Ronny