Buik-Wijsheid

De buik als grond van belichaamde spiritualiteit

Waar woon jij eigenlijk?

Veel van ons wonen voornamelijk in ons hoofd. We denken, analyseren, proberen te begrijpen wat er gebeurt en stoppen het onze conclusies in vaste gecategoriseerde laadjes. Ons hoofd is goed in onderscheiden, begrijpen en overzicht houden. Het kan ons bovendien helpen om bewust te worden. Daarbij is het wel zinvol om een “vrij” hoofd te onderscheiden van een hoofd wat steeds de hoofdrol denkt te moeten spelen.

Veel van ons kennen gelukkig inmiddels ook de beweging van hoofd naar hart: van begrijpen naar voelen, van analyseren naar ervaren, van weten naar contact. Een belangrijke beweging. Maar voor je het weet slaan we daarbij iets over.

Want als ik van mijn hoofd naar mijn hart ga: waar landt mijn hart dan eigenlijk in? Wat draagt mijn hart?

Er is nog een lichaamsgebied dat gemakkelijk buiten beeld raakt: de buik. Het gebied van instinct, levenskracht, eigenheid en aanwezigheid. Maar ook een gebied van grote fijngevoeligheid, waar we soms al iets waarnemen voordat we er woorden voor hebben.

Misschien hebben we allemaal wel buikantennes.

En misschien kunnen we leren die steeds verfijnder af te stemmen.

Uitbuiken

Ik gebruik het woord uitbuiken hier graag. We kennen het natuurlijk: je hebt gegeten, je zit ploft op de bank, benen languit en je geeft je buik de ruimte. Je hoeft even niets. Je

hoeft nergens naartoe, niets op te lossen en zelfs niet te weten wat je zou moeten doen.

Er komt ruimte.

Ruimte om te verteren.

Soms niet alleen het verteren van je voedsel, maar tevens met het verwerken van alle ervaringen en prikkels van de dag.

En wanneer er daarvoor ruimte komt, ga je vaak ook subtieler waarnemen. Zo voel je beter wat er bijvoorbeeld in je buikgebied gebeurt.

Nu is de buik een heel landschap.

Ik neem je in dit artikel dan ook graag mee op avontuur door het landschap van de buik.

Bovenin, rond de maag en de zonnevlecht, raken we aan daadkracht, wil en richting.
Ik wil. Ik ga. Ik doe.

Verder naar beneden, richting navel en onderbuik, komt een andere kwaliteit naar voren. Daar kunnen we iets voelen voordat we er woorden voor hebben: een aantrekking, een terugtrekken, een opening of een samentrekking, een ja of een nee. Hier raken we aan onze instinctieve laag.

En als we verder zakken, komen we in het bekken: het gebied van eigenheid, van hier ben ik, van ruimte innemen, op eigen benen staan en jezelf kunnen dragen.

Helemaal onderin ligt de bekkenbodem, waar we vaak veel vasthouden. Wanneer daar meer ontspanning komt, kan een eenvoudige bestaansgrond voelbaar worden. En kan de ziel landen. Want de bekkenbodem wordt soms ook wel de “zetel van de ziel” genoemd.

Aan de achterkant vinden we het staartbeen en het heiligbeen, een gebied dat in verschillende spirituele tradities verbonden wordt met de basis van de levensenergie.

Aan de voorkant liggen je geslachtsorganen, met hun sensitiviteit, verlangen, lustvolheid en levenskracht.

De buik is daarmee veel meer dan een stukje van ons lichaam. Het is een gebied waarin allerlei lagen van ons bestaan samenkomen.

Vier lagen

Je kunt de rijkdom van de buik op verschillende manieren ervaren. Er is een lichamelijke/fysieke laag, met sensaties, spanning en ontspanning, adem, warmte, beweging, pijn en plezier.

Er is een emotionele laag, waarin verlangen, angst, boosheid, verdriet, schaamte, aantrekking en afkeer voelbaar kunnen worden.

Er is een existentiële laag, die raakt aan vragen als: ben ik hier? Neem ik mijn plek in? Mag ik bestaan? Kan ik mezelf dragen?

En er is een spiritueel-energetische laag, waarin we de buik kunnen ervaren als een gebied van wilskracht, vitaliteit, levensenergie, creativiteit en een dieper soort weten.

Deze lagen staan niet los van elkaar. Ze beïnvloeden en verdiepen elkaar voortdurend.

En juist daarom hebben we onze buikantennes nodig. Als een fijngevoelig vermogen om waar te nemen wat er in ons en om ons heen gebeurt. We kunnen leren onze antennes steeds beter af te stemmen, zodat we subtieler gaan registreren wat zich aandient.

Een kleine lichamelijke verandering. Een emotionele beweging. Een gevoel van ja, hier ben ik. Een verschuiving in levenskracht. Soms is het nauwelijks meer dan een nuance.

Hoe meer ruimte er komt, hoe verfijnder en afgestemder we kunnen waarnemen.

Als de buik zo’n rijk levensgebied is, waarom zijn we dan uit onze buik vertrokken?

We zijn met zijn allen lang niet altijd zo thuis in ons buikgebied. Wat maakt dat we er collectief zo van vervreemd zijn geraakt.

Als je naar een klein kind kijkt, zie je hoe vanzelfsprekend het lichaam aanvankelijk aanwezig is. Een baby heeft honger en laat het weten. Het is moe en valt in slaap. Het beweegt wanneer het plezier heeft (als je goed observeert vanuit zijn of haar core) en trekt zich terug wanneer iets te veel is.

Maar langzaam leren we ons lichaam beheersen. We leren wachten, stilzitten, onze stem dempen en onze impulsen reguleren. Dat is nodig om mens te worden tussen andere mensen.

Tegelijkertijd ontdekken we dat er een verschil kan zijn tussen wat er in ons leeft en wat er van ons verwacht wordt.

Je wilt iets, maar het mag niet. Je bent boos, maar dat is niet netjes. Je bent wild, maar je moet rustig zijn. Je wilt aandacht, maar je moet niet zo aanwezig zijn.

Zo leren we onszelf van buitenaf bekijken. Doe ik het goed? Ben ik niet te veel? Wat zullen anderen ervan vinden? Hiermee wordt onze innerlijke kritikus geboren.

En dat is niet alleen een verinnerlijkte stem. Het is ook een energetische boodschap, die al heel jong opgepakt wordt door onze buikantennes, Want ergens onderweg wordt de bekkenbodem vaak wat strakker. We houden onze buik steeds meer in. We passen ons aan. Ons middenrif trekt zich op. Zo proberen we het leven in ons hanteerbaar te maken.

Natuurlijk vraagt het leven van ons dat we onszelf leren reguleren, Maar wanneer dat betekent dat we ons afsluiten dan raken we daarmee ook iets van onszelf kwijt.

Wat is het wat we krijtraken? Waar raken we van vervreemd?

Van onze ware natuur. Van dat wat we ten diepste zijn. En daarmee ook van onze meer dierlijke instincten.

Vier krachten

Instincten zijn de aangeboren krachten waarmee het leven zichzelf beweegt. We hoeven het niet te leren, de krachten zijn er al. Ze zijn snel, intens en krachtig. Ze reageren voordat we er een verhaal van hebben gemaakt.

We kennen verschillende instinctieve bewegingen.

Het overlevingsinstinct: onze wil om te leven.

Het sociale instinct: onze wil om erbij te horen.

Het seksuele instinct: onze voortplantingsdrang.

En het verlichtingsinstinct: ons verlangen om wakker te worden, waarheid te vinden, vrijer te worden, werkelijk authentiek te zijn.

Vier krachten die allemaal bij het leven horen.

Maar ze zijn het lang niet altijd met elkaar eens.

Een deel van ons wil veiligheid, terwijl een ander deel risico wil nemen. Een deel wil erbij horen, terwijl een ander zegt: ik wil mijn eigen weg gaan. We kunnen ergens naar verlangen en tegelijk weten dat het gevolgen heeft. En ergens diep in ons kan ook het verlangen leven om wakker te worden en vrij te zijn van een soort van dwingendheid en drang die we in onze instincten kunnen waarnemen. Als we er niet mee samen vallen tenminste.

Soms wordt het in ons leven behoorlijk chaotisch.

Alsof er in ons vier paarden staan te steigeren, allemaal met hun eigen kracht en allemaal een andere kant op. Op deze manier halen onze instincten ons juist vaak uit onze kracht.

Vier PK

Misschien kun je je de vier instincten voorstellen als vier paarden. Vier verschillende vormen van levenskracht die in jou aanwezig zijn.

Dan wordt de vraag ineens heel concreet:

Wat doe ik met die 4 PK? Hoe gebruik ik mijn aangeboren potentieel?

Laat ik een paard in de stal staan omdat ik heb geleerd dat het te wild, te lastig of te veel is?

Laat ik ze alle vier, of een ervan los en zie ik wel waar ze terechtkomen?

Of leer ik paardrijden?

Leren zitten. Leren voelen. Voelen wanneer een paard versnelt, schrikt of een andere kant op wil. Meebewegen zonder meegesleept te worden. Richting geven zonder de kracht van het paard te breken.

Stevig in je eigen zadel zitten.

Voor mij is dat een mooi beeld voor volwassenheid. Niet minderen in levenskracht, maar leren haar ten volle te dragen.

Niet één paard kiezen en de andere drie op stal zetten. Niet jezelf verliezen in de kracht. Maar leren omgaan met wat er werkelijk in je leeft. En daarmee de paarden leren kennen. Wat heeft ieder specifiek paard nodig om goed samen te kunnen werken.

Dat is bewonen.

Bewonen

Je hoeft een instinct niet weg te duwen. Je hoeft er ook niet meteen naar te handelen door het uit te leven.

Je kunt leren om erbij te blijven.

Je kunt steeds beter leren voelen hoe snel het gaat, verfijnder leren waarnemen hoe intens het is, en aanwezig leren blijven bij de hoeveelheid kracht die erin zit. En je kunt aanwezig blijven zonder jezelf hier te hoeven verlaten.

En dat is goed nieuws. Dan hoeft de energie niet vastgezet te worden, maar hoeft ze je ook niet te regeren.

In de ruimte die ze krijgt kan ze transformeren.

Van instinctieve energie naar vrije levenslust en levenskracht.

Hoofd, hart en buik

En daar komt iets wezenlijks samen.

Ons hoofd kan helder zien, begrijpen en onderscheiden.

Ons hart kan voelen, liefhebben en verbinden.

Onze buik brengt ons in contact met instinct, levenskracht, eigenheid en aanwezigheid.

Het hoofd begrijpt.
Het hart voelt.
De buik draagt en belichaamt.

Wanneer die drie samen aanwezig zijn, ontstaat er samenhang.

Dan hoeft levenswijsheid niet boven het instinct te staan. We hoeven onze instinctieve energie niet te corrigeren voordat ze er mag zijn.

We kunnen leren haar uit te lijnen met onze levenswijsheid. Niet door minder te voelen, maar door dieper aanwezig te zijn.

Als we het beeld van de paarden volgen, rijdt het paard van het verlichtingsinstinct hier misschien wel voorop. Het verlichtingsinstinct landt daar op zijn plek. Het verlangen om wakker te worden en waarheid te vinden hoeft ons niet uit het lichaam te brengen in een soort “spirituele hogere” ruimte. Het

helpt ons om geaard te blijven in de realiteit van het hier en Nu. Aards en aanwezig brengt het ons terug naar de uitdagingen van ons dagelijks bestaan.

In dit lichaam.

In dit leven. In wat er werkelijk gevoeld wordt.

Jezelf dragen

Dan wordt volwassenheid iets heel concreets:
Ik kan mezelf dragen.

Ik kan voelen wat er in mij beweegt zonder mezelf te verlaten. Ik kan kracht voelen zonder haar te hoeven bewijzen. Angst zonder onmiddellijk te vluchten. Verlangen zonder er meteen naar te handelen.

Ik kan blijven.

Dit is de kern van belichaamde spiritualiteit: dat we kunnen bewonen wat er in ons leeft, dat onze levenskracht vrijer kan worden en dat hoofd, hart en buik elkaar kunnen vinden.

Terug naar uitbuiken

En dan komen we weer uit bij waar we begonnen.

Misschien lijkt uitbuiken wel op mediteren. Je hoeft nergens naartoe. Je hoeft niets te bereiken. Je geeft ruimte aan wat er is en blijft aanwezig.

En dat doen we met in dit artikel over buikwijsheid op een heel directe manier, heel lichamelijk.

We geven onze buik de ruimte.

Op deze manier ontdekken we dat de ruimte die we aan onze buik geven, uiteindelijk dezelfde ruimte is waarin alles wat we ervaren mag verschijnen.

Met uitbuiken geven we niet alleen meer ruimte aan onze buik en aan alles wat daarin leeft.

We geven ook onze buik terug aan de ruimte die we ten diepste zijn.

Misschien is dat wel de meest eenvoudige vorm van buik-wijsheid:
ruimte geven aan wat er in ons leeft — en onszelf teruggeven aan de ruimte die we ten diepste zijn.

Een uitnodiging tot onderzoek

Waar woon jij eigenlijk?

Neem eens een paar minuten om met je aandacht door je eigen buikgebied te reizen. Wat merk je? Waar voel je ruimte, waar spanning, waar beweging?

Welke van je vier paarden herken je het meest? Welke staat misschien wat meer in de stal? En welke paarden trekken soms tegelijk aan verschillende kanten?

Kies daarna een concrete situatie uit je eigen leven waarin verschillende instincten met elkaar lijken te concurreren.

Blijf er even bij. Ga eens op het paard zitten. Durf je dat? Laat je paard dat toe? Soms zijn we nog niet zover.

Wat neem je waar in je lichaam? Wat ervaar je in je buik? Kun je de kracht, snelheid of intensiteit ervan waarnemen zonder er meteen iets mee te moeten?

Misschien verandert er iets wanneer je er eenvoudigweg bij blijft?

Niet om een antwoord te vinden.

Om te leren waarnemen.

Om te leren paardrijden.

Met liefde en licht,

Ronny

Vorige
Vorige

Boosheid als ingang naar innerlijke kracht

Volgende
Volgende

Praktisch Voorbeeld van een Collusie: De Schijn van Tijdelijke Veiligheid